| Vlak en
oneindig
Na alle formaliteiten bij de
Chileense grens te hebben
afgehandeld, gaat het hek open
en mogen we doorrijden richting
Argentinië. Eerst rijden we nog
een heel stuk door Chili en dan
in eens zien we (in de middle of
nowhere) een bord staan met
daarop ‘Welkom in Argentinië’.
Een paar kilometer verder staat
de argentijnse grenspost waar we
door twee uiterst behulpzame
douanebeambten worden geholpen.
Behalve een visum voor onszelf
moet er ook weer een tijdelijke
importvergunning voor de auto
worden aangemaakt. We vullen
alle benodigde formulieren in
(met heel wat minder doorslagen
dan in Chili) en een kwartier
later kunnen we weer verder.
|

Welkom in Argentinië
|
| Door de
uitgestrekte argentijnse pampa
rijden we naar El Calafate.
Onderweg signaleren we
nauwelijks enige verandering in
het landschap. Er is af en toe
wel sprake van een
hoogteverschil, maar boven op de
‘heuvel’ is het ook weer vlak en
pas kilometers later rijdt je
dan weer eens naar beneden.
|

Onderweg zien we veel flamingo’s
|
Onderweg zien
we wel veel flamingo’s, schapen,
guanacos en ñandu’s. En, de
prachtige luchten waar Patagonië
zo bekend om is.
El Calafate is een typisch
toeristendorp en de hoofdstraat
wordt geflankeerd door
allerhande soevenierwinkels,
restaurants, tourbureaus en
winkels met buitensportkleding.
Bij de plaatselijke supermarkt
slaan we proviand in voor de
komende dagen en we lopen wat
rond door het dorp. We besluiten
om ’s avonds lekker lui uit eten
te gaan. Als we na het eten naar
de Camping Municipal rijden,
blijkt die gesloten te zijn
i.v.m. renovatiewerkzaamheden.
Vreemd, de camping ziet er niet
uit of er gerenoveerd wordt, bij
elke campeerplek staat keurig
een picknicktafel en brand er
licht. Maar ja, dicht is dicht
en dus zoeken we een andere
camping op.
|
| Sneeuw en ijs
De volgende morgen rijden we
naar Parque Nacional Los
Glaciares om de gletsjer
Perito Moreno te bekijken.
Als we het park inrijden, begint
het te sneeuwen en we vrezen dat
we weinig van de gletsjer zullen
kunnen zien. Door de sneeuw
rijden we naar het uitzichtspunt
dat op ruim 30 kilometer vanaf
de ingang van het park ligt.
Daar aangekomen is het nog
steeds heel slecht weer en
daarom besluiten we eerst te
gaan lunchen in het restaurant
ter plekke.
|
Na de lunch
knapt het weer langzaam een
beetje op en we besluiten om
naar de parkeerplaats te rijden
waar vandaan je naar de gletsjer
kan lopen. En dan ineens, breekt
de zon door en houdt het op met
sneeuwen. Nu zien we ook de
gletsjer liggen vanaf de
parkeerplaats. We lopen naar
beneden om hem van dichtbij te
bekijken en genieten van het
schouwspel van afbrekende
stukken ijs.
Als de zon weer achter de wolken
verdwijnt, gaan we terug naar de
auto. Als we terugrijden naar El
Calafate begint het weer te
sneeuwen. Nu zo hard dat zich
zelfs een laagje sneeuw op de
voorruit vormt. Wat zeiden ze
ook al weer over Patagonië? Hier
heb je vier seizoenen in één dag
..... nou, vandaag hebben we dat
inderdaad wel gehad. |

De
Perito Moreno
|
| 150 Miljoen
jaar oud
De volgende morgen staan we
vroeg op want we willen zo ver
mogelijk richting de kust zien
te komen. Tegen de avond
arriveren we in San Julián een
daar overanchten we op de
plaatselijke camping. De
volgende dag rijden we eerst
naar het Monumento Natural
Bosques Petrificados. |

Eén
van de versteende reuzen

Sommige van de bomen waren
indrukwekkend dik
|
Nadat de
alleraardigste ranger ons welkom
heeft geheten, gaan we eerst
lunchen. Voor het eerst sinds
tijden kunnen we weer lekker
buiten zitten en we nemen dan
ook lekker de tijd. Dat wordt
nog beloond met een bezoekje van
de grijze vos aan de
parkeerplaats waardoor we die in
alle rust van heel dichtbij
kunnen bekijken.
En dan is het tijd om 150
miljoen jaar oude bomen te gaan
bekijken. Voordat het Andes
gebergte werd gevormd, stond dit
gebied vol met bossen die
vergelijkbaar waren met het
amerikaanse Redwood dat we
Calefornië hebben bezocht. In de
periode dat de Andes ontstond,
zijn deze bossen bedolven onder
de lava en in de loop der jaren
zijn de bomen helemaal
versteend. Gedurende de na
volgende periode is door erosie
een deel van dit bos bloot
gelegd. Onder het vulkanisch
puin ligt echter nog veel en
veel meer. Door het gebied is
een wandeling uitgezet die langs
een aantal van de blootgelegde
bomen voert.
Het is indrukwekkend om de
enorme bomen zo te zien liggen.
Heel bijzonder is ook dat als je
ze aanraakt het zelfs bijna nog
voelt als hout. Je ziet de
houtnerf nog duidelijk lopen
evenals bijvoorbeeld de plekken
waar takken hebben gezeten of
vogels een holte in de stam
hebben gemaakt. Na deze
wandeling bezoeken we nog het
kleine museum van de ranger.
Daar zijn onder andere ook
versteende dennenappels te zien
en andere fossielen die in het
gebied zijn gevonden.
Eind van de middag vertrekken we
richting Reserva Nacional
Cabo Dos Bahías waar we rond
middernacht aankomen. We
overnachten op de parkeerplaats
bij de ingang van het park zodat
we de volgende morgen vroeg bij
de pinguïns kunnen zijn. |
| Ontmoeting
met de pinguïns
De volgende morgen na het
ontbijt rijden we zo snel
mogelijk naar de plek waar de
pinguïns zitten. En, ons
nachtelijk avontuur van de avond
daarvoor loont, want we zijn
helemaal alleen met de pinguïns
en kunnen dus in alle rust van
ze genieten.
Over een flink gebied verspreid
zitten hier zo’n 30.000
pinguïns. De grond is helemaal
kaal gelopen en gescheten en
overal zie je de gaten die ze
hebben gegraven om hun nest in
te bouwen. Midden door het
gebied loopt een plankier waar
je overheen mag lopen. Links en
rechts, onder en op het
plankier, overal zie je de
pinguïns rondwandelen, broeden,
zonnen, poetsen en ruzie maken.
Sommige van de nesten zitten zo
dichtbij de looproute dat je de
kuikens (sommige net uit het ei)
kan zien. We nemen uitgebreid de
tijd om hier rond te lopen. Het
voelt echt heel bijzonder om zó
dichtbij de pinguïns te kunnen
zijn.
Na dit bijzondere bezoek, rijden
we nog naar één van de
uitzichtspunten van het park en
daarna rijden we naar Puerto
Madryn waar we de nacht
doorbrengen bij de nog in
aanbouw zijnde Camping
Municipal. We hebben alleen wel
het idee dat die de komende
jaren nog wel in aanbouw zal
blijven want de campingbaas
heeft het, naar het lijkt,
vooral druk met het fokken en
vetmesten van konijnen, ganzen
en twee varkens. Maar goed, wij
staan hier prima. |

Hola

Is
het geen schatje?
|
|
Indrukwekkende capriolen
Vandaag gaan we naar
Reserva Nacional Península
Valdés. Dit is een
schiereiland net ten noorden van
Puerto Madryn en hier kan je
onder andere walvissen,
zeeleeuwen en zeeolifanten zien.
Om te beginnen rijden we naar
Puerto Pirámides. Daar vandaan
willen we een excursie naar de
walvissen doen. We vinden een
leuke camping die gerund wordt
door de plaatselijke politie.
Achter het politiebureau hadden
ze nog een stukje land over en
daar zijn ze een camping
begonnen. Als we inchecken wordt
er net een poster opgehangen met
een aankondiging voor het
jaarlijkse personeelsfeest. Dat
is toch een goed doel voor de
paar pessos die we betalen om op
de camping te mogen staan (we
vermoeden tenminste dat het geld
daarheen gaat).
|

Plons

Indrukwekkende capriolen op het
water
|
Nadat we hebben
gelunched, begeven we ons naar
het strand waar vandaan de
walvisexcursie vertrekt. Heel
luxe kan je op het strand via
een trap in de boot klimmen,
waarna een tractor hem het water
in duwt. Terwijl we staan te
wachten om aan boord te gaan,
zien we voor de kust al de
eerste walvissen. Dat beloofd
heel wat.
Na een klein kwartiertje varen,
komen we aan in de baai waar de
walvissen zitten. In het begin
zien we ze vooral op enige
afstand voorbij zwemmen, maar
het duurt niet lang voor de
eerste walvissen beginnen te
springen. Er zijn zoveel
walvissen dat je gewoon niet
weet waar je moet kijken. Een
moeder met een kleintje zwemt de
hele tijd in de buurt van de
boot rond en na enige tijd komt
ze zo dichtbij dat je ze aan had
kunnen raken (als het had
gemogen) en dat je nat wordt als
ze haar adem uitblaast. Zou ze
vinden dat we allemaal een
douche nodig hebben? Het is echt
helemaal te gek en we genieten
met volle teugen van dit
bijzondere schouwspel. Helaas is
het ruim een uur later tijd om
terug te gaan naar, we hadden
hier nog wel uren willen blijven
kijken.
Als we terug zijn in Puerto
Pirámides, slenteren we nog wat
door het dorpje voor we terug
gaan naar de auto voor het
avondmaal. |
| Dik, vet en
lui
De volgende dag rijden we het
eiland rechtsom rond. De eerste
stop is Punta Norte waar je van
een (behoorlijke) afstand
zeeolifanten kunt zien. De
aardige ranger beantwoordt
vragen die we hebben. Waarom
doen ze zo weinig? Ze ligggen te
vervellen. Gedurende het
vervellen doen ze zo min
mogelijk en teren ze in op hun
vetreserves. Zo te zien kunnen
ze dat nog een tijd volhouden,
want ze zijn over het algemeen
gigantisch dik. De kleine
zeeolifanten die er liggen zijn
ongeveer zes weken oud. Alleen
de eerste drie weken krijgen ze
moedermelk, daarna teren ook zij
in op hun reserves terwijl ze
wachten tot hun babyvacht is
vervangen door een echte
zwemvacht. Er is ook een eenzaam
zeeleeuwtje, die even de kolonie
komt bezoeken. De zeeolifanten
hebben blijkbaar geen last van
het verre familielid. |

Dik
en groot, maar gemoedelijk
|

Soms
wordt er een klein stukje
gezwommen om af te koelen
|
Het is leuk om
de verschillen te zien, de bouw
is heel anders. De zeeleeuw is
niet alleen eleganter gelijnd
maar ook aanzienlijk vlotter op
het droge. Een zeeleeuw kan zijn
achtervlerken gebruiken om te
‘lopen’ op vier vlerken. Een
zeeolifant kan alleen maar als
een soort gigantische rups op
zijn buik voort romperen, erg
onbeholpen. Het kost blijkbaar
ook heel veel energie, want
steeds pauseren ze even om op
adem te komen. Helaas zijn de
beesten ver weg.
We rijden verder naar Caleta
Valdez waar we pinguïns zien
en horen. Ze zijn hier niet zo
goed te bestuderen als bij
Cabo Dos Bahías, maar het is
wel leuk om te zien hoe ze in
een steile helling kunnen nesten
(het nestgebied bij Cabo Dos
Bahías was vrijwel vlak) en
hoe ze zowaar nog behoorlijk
vlot tegen de helling op
krabbelen. |
| Slapen onder
de vuurtoren
Het loopt ondertussen al
tegen het einde van de middag en
we hebben geen reservering voor
het hotel op Punta Delgada...
Dit hotel is ingericht in het
oude telegraafkantoor bij de
vuurtoren van Punta Delgada. Als
we aankomen blijken we geluk te
hebben. Een stel op
huwelijksreis (jawel!) is niet
op komen dagen (flitsscheiding?)
en dus is er precies een kamer
vrij. Ook blijkt het mogelijk
(en bijna verplicht) om gebruik
te maken van excursies die door
het hotel worden georganiseerd.
Zo kun je onder andere naar de
kust wandelen onder begeleiding
van een gids waarbij je tot zeer
dichtbij de zeeolifanten kunt
komen. Na de (enigszins)
teleurstellende afstand bij
Punta Norte willen we daar wel
gebruik van maken.
We installeren ons in de kamer
en raken daarna in de woonkamer
aan de praat met een aardig stel
uit Vlaardingen. Ze zijn met
kinderen en al met de rugzak de
wereld rond aan het trekken. ’s
Avonds eten in het restaurant
typische Estancia kost: smaakvol
en stevig (geen liflafjes),
begeleid door (uiteraard)
argentijnse wijn. |

De
vuurtoren van Punta Delgado
|

He,
wat gebeurd daar?
|
De volgende dag
blijkt het excursieprogramma te
zijn gewijzigd. Eerst gaan we
per LandRover naar een andere
kust wat verder naar het noorden
maar nog steeds binnen het
gebied van de Estancia. Hier
kunnen we zeeolifanten en
zeeleeuwen van boven af zien.
Mooi! De kust is hier
spectaculair en het weer is
fantastisch.
Teruggekomen bij het hotel
kunnen we alsnog met de gids
naar de kust wandelen. De
zeeolifanten liggen ook hier
voor pampus, maar we kunnen ze
echt van heel dichtbij bekijken.
We krijgen alle tijd om van de
dieren te genieten.
Het is opvallend hoe
verschillend de dieren op mensen
reageren. Sommige zeeolifanten
slapen gewoon door, anderen
richten zich een beetje op om te
kijken wat er gebeurt en er zijn
er ook een paar die nogal bang
en schrikachtig zijn (gaan
ervandoor als we eraan komen).
De beesten zien er vaak niet uit
door het vervellen. Hier en daar
liggen stukken oud vel op het
strand. Het is vrij borstelig en
stug. We nemen afscheid van de
zeeolifanten en de aardige
eigenaresse van het hotel. |
| Een park van
afval
We rijden verder naar het
westen. In Gaiman overnachten we
bij de plaatselijke ‘Bomberos’.
De volgende dag bezoeken we
Parque El Desafío. Dit park
is geheel uit afval opgebouwd
door de kunstenaar Joaquín
Alonso. De kunstenaar himself
(87 jaar oud ondertussen)
verkoopt de toegangskaartjes
vanuit zijn woning in het midden
van het park. In 1998 heeft
Alonso een vermelding in het
Guinnes Book of Record gekregen
voor zijn park (grootste uit
afval gemaakte park). Het park
is met veel fantasie, humor en
wijsheid gebouwd. Heel
vindingrijk zijn bijvoorbeeld
van plastic flessen bloemen
gemaakt. Er zijn verschillende
secties, waaronder een versteend
bos in wording (gewoon wat
boomstammen met een bordje
erbij: versteend bos, over
90.000.865 jaar +/- 15 uur).
Helaas kunnen we niet alle
opschriften met geselecteerde
uitspraken begrijpen (alleen in
het spaans) maar sommige zijn
ook voor ons te begrijpen: Voor
werken zijn 72 spieren nodig,
voor lachen maar 14, laten we
meer lachen. Of: Hij die nooit
wat maakt, maakt ook geen fouten
maar is ook niet nuttig voor de
samenleving. (beide zeer vrij
vertaald). De oude baas neemt
persoonlijk afscheid van ons als
we het park verlaten. |

Bloemen van afval
|
| Hay no
combustible
We rijden verder richting het
merengebied en stoppen voor de
nacht in Puente del Indio bij de
(voorheen) benzinepomp. De pomp
ziet eruit alsof hij nog in
gebruik is en wij zijn niet de
enigen die dat vinden want er
komen nog geregeld mensen die
willen tanken (lullig als je
echt benzine nodig hebt, wij
willen alleen maar overnachten).
|

Eindelijk wat anders dan de
vlakke Pampa
|
Een piepklein
kartonnetje op de deur met
&lsquo&Hay no combustible’ is
eigenlijk het enige dat verraad
dat de pomp gesloten is. Verder
is alles er nog: de pompen, de
verlichting brandt nog en er
staan zelfs nog (verdacht lage)
prijzen langs de weg. Je zou
toch zeggen: kleine moeite om
een groot bord met Cerrado langs
de weg te zetten. Eenmaal binnen
(om te vragen of het okee is dat
wij op de parkeerplaats
kamperen) zien we wel dat het
station echt dicht is. Er wordt
druk geklust maar er is geen
sprake van een balie om af te
rekenen ofzo. De eigenaar heeft
geen bezwaren tegen ons verblijf
(ga je gang maar). We stellen de
auto op waarna Rodriaan de
rechter voorschokdemper
demonteert omdat op de laatste
ripioweg de bevestiging aan de
wieldraagarm is gebroken. Philo
maakt ondertussen een avondhap
klaar.
|
| Misschien
morgen ...
Vandaag rijden we naar
Parque Nacional Los Alerces
met de intentie om daar de
alerce bomen te zien die we in
Chili hebben gemist. In Esquel
laten we het oog van de
schokdemper lassen (kosten: €
2,50), waarna we hem uiteraard
weer monteren. Ook doen we de
was, lezen email en werken de
site bij.
We overnachten op een mooie
camping aan de zuidkant van het
park. De Alerce bomen zijn
alleen per boot bereikbaar en
dus staan bij tijds op om ons te
melden bij het opstappunt van de
boot. Op weg naar de steiger is
het verdacht stil. We zien de
boot wel liggen, maar er is geen
spoor van activiteit. Na wat
rondspeuren zien we een levend
wezen aan wie we vragen wanneer
en of de boot vertrekt. Hij
blijkt de parkranger te zijn en
gaat niet over de boten maar
weet wel dat als er nu nog geen
mens te zien is, er vandaag geen
tour zal zijn. Misschien morgen
klinkt het laconiek.
Als troost mogen we meedelen in
de Yerba Mate ronde die hij
houdt met een aantal bouwvakkers
die het sanitairblok aan het
vergroten zijn. De Yerba wordt
begeleid door lekkere
honingkoekjes. Het is voor ons
de eerste keer dat we Yerba Mate
proeven. De smaak is apart maar
zeker niet onsmakelijk. De
speciale Yerba beker wordt tot
de rand gevuld met Yerba Mate
blaadjes. Er wordt daarna heet
water bijgeschonken waarna het
brouwsel door een metalen rietje
met een filtertje aan het
uiteinde dat in het brouwsel
hangt wordt opgedronken. Nadat
de eerste gebruiker het water
heeft opgezogen, gaat het kopje
met een nieuwe lading heet water
naar de volgende in de ronde
totdat iedereen is geweest. Een
apart ritueel dat heel
argentijns is. |

Toch
nog een Alerce
|
Omdat niemand
ons kan vertellen of de boot
morgen wel gaat, besluiten we om
toch maar verder te rijden naar
Bariloche.
We lopen eerst nog een rondje
door het deel van het park dat
wel te voet kan worden bereikt
(is maar heel klein helaas) en
zien tijdens dat wandelingetje
zowaar nog een Alerce. Het is
weliswaar een exemplaar van
slechts 300 jaar oud (volgens
het bordje dat erbij staat),
hetgeen niets is vergeleken met
de oudste Alerce van het park
(4000 jaar). Maar: beter één
Alerce dan geen. De boom heeft
wel iets weg van de
noordamerikaanse Redwood
(Sequoia Sempervirens). De
naalden zijn qua vorm echter als
die van de Araucaria, maar dan
heel klein. |
| Op speurtocht
De tocht naar Bariloche is
mooi. Doordat we evenwijdig aan
het gebergte rijden is het
landschap afwisselend. In
Bariloche kopen we een
wandelkaart waarna we een
camping opzoeken in Parque
Nacional Nahuel Huapi. We
kiezen voor een camping aan de
rand van een meer met mooi groen
gras op de kampeerplekken.
|
De volgende dag
gaan we op pad om te wandelen.
De wandelkaart van Club
Andino de Bariloche is
helaas erg onnauwkeurig zoals
maar al te gauw blijkt.
Uiteindelijk maken we toch nog
een aardige wandeling maar een
geheel andere dan we hadden
gepland. De wandeling biedt
mooie vergezichten over de meren
met op de achtergrond met sneeuw
bedekte bergtoppen. Op de berg
nuttigen we een pilsje bij een
leuke berghut. De hut staat niet
op de wandelkaart, hetgeen
vreemd is omdat je je er moet
melden voordat je verder klimt
naar de berghut hoger op in de
bergen. Het blijkt dat we een
aardig rondje kunnen lopen
doordat twee wegen bij de
berghut samenkomen (volgens de
kaart komen die wegen pas veel
verder op samen).
Als we ’s avonds in bed liggen
regent het terwijl het de hele
dag mooi weer is geweest. Geluk
dwing je af zeggen ze wel
eens...
|

Parque Nacional Nahuel Huapi
|
| Proost
De volgende dag genieten we
eerst rustig van de zon terwijl
we het verslag bijwerken en in
de reisgids neuzen ter
voorbereiding van de laatste
dagen van de reis: Mendoza en
Buenos Aires. Daarna maken we ’s
middags nog een korte maar
lekkere wandeling.
De volgende morgen is het
wederom stralend mooi weer en na
lekker uitgebreid te hebben
ontbeten, vertrekken we richting
het Parque Municipal Lao Lao.
Dit is een schiereiland in het
Parque Nacional Nahuel Huapi
waar onder andere een groot en
luxe hotel licht. |

Parque Municipal Lao Lao
|
Volgens de
reisgids een ‘must-see’ en dus
lijkt het ons een leuk idee om
daar thee met taart te nuttigen
ter ere van Rodriaan zijn
verjaardag. Maar helaas, na een
prachtige autorit komen we aan
bij het hotel in zwitserse
chalet stijl (wij vinden het
niet echt mooi, maar het past
wel goed in de omgeving) en dan
blijkt dat het hotel is
afgehuurd. Dit in verband met
één of ander evenement met
klassieke auto’s. We denken er
nog even over om de Aca in de
strijd te gooien, maar laten dat
plan toch maar varen. Dan maar
ergens anders thee met taart.
We rijden door naar San Carlos
de Bariloche waar we
boodschappen doen en internetten
waarna we een beetje door het
dorp slenteren. Eind van de
middag rijden we naar een
camping iets buiten de stad
waarna we bij de plaatselijke
bierbrouwerij uiteten gaan en
genieten van speciale bieren.
Toch nog een beetje
‘verjaardagsgevoel’ voor
Rodriaan zo. |
| Op naar 6960
meter
Het is tijd voor het laatste
deel van onze tocht: via Mendoza
rijden we de komende dagen naar
onze eindbestemming voor deze
reis: Buenos Aires. Langs de
Andes rijden we naar het
noorden. Onderweg rijden we
langs schitterende rostformaties
en diep blauwe meren, het is
bepaald geen saaie rit dus.
Als we tegen lunchtijd opzoek
gaan naar een mooi plekje om te
stoppen, zien we ineens een bord
waarop staat aangegeven dat 6 km
verderop een ‘Condor
Observatorium’ zit. Dat lijkt
ons een mooie lunchplek,
misschien hebben we geluk en
zien we nog condors van
dichtbij. Aangekomen, blijkt het
om een stijle rotswand te gaan
waar de condors hun nesten
bouwen en uitrusten na de jacht.
Overal op de rotswand zie je
witte plekken van alle poep,
maar helaas geen condors. We
nemen uitgebreid de tijd voor de
lunch, maar dat mag helaas niet
baten, we zien geen condors
vandaag. Nog even overwegen we
om tot het eind van de dag te
blijven (op de informatieborden
staat namelijk dat ze vooral dan
komen rusten), maar we besluiten
dat het toch beter is om door te
rijden. Eind van de middag
vinden we een mooi plekje langs
een zijweggetje waar we de nacht
door kunnen brengen.
De volgende dag rijden we door
tot Malergüe waar we overnachten
en de laatste dingen voor de
verscheping van de auto regelen.
|

Veel
poep, maar helaas geen condors
op deze rotswand

Programma onderkant wassen
|

Onderweg naar Uspallata
|
We rijden door
richting Puenta del Inca. Het
landschap is nog steeds heel
mooi, in tegenstelling tot de
weg die vaak in een erbarmelijke
toestand verkeerd. Niet echt
bevordelijk voor de snelheid met
als gevolg dat we Puenta del
Inca niet halen. In plaats
daarvan overnachten we in
Uspallata, zo’n 100 km
oostelijker. Vanaf Mendoza loopt
de route naar Puenta del Inca
door een schitterende kloof. De
Rio de las Cuevas heeft
de Andes hier diep uitgesleten
waardoor het hier mogelijk is
geworden om de Andes over te
steken naar Chili zonder naar
echt grote hoogten te moeten
rijden. De pas ligt op ‘slechts’
4000 meter. |
| De volgende
morgen rijden we door naar
Puenta del Inca en we genieten
met volle teugen van het
schitterende landschap om ons
heen. Aangekomen in Puenta del
Inca, bezoeken we de natuurlijke
brug die daar over de Rio de
las Cuevas is ontstaan en
die een bijzondere okergele
kleur heeft door de zwavel in
het water. Vroeger lag er naast
de brug een luxe kuuroord, nu
resten daar alleen de ruïnes nog
van. |

Parque Provencial Aconcagua
|
Na dit
bezoekje, rijden we door naar
Parque Provencial Aconcagua.
In dit park ligt de hoogste
bergtop buiten de Himlaya: de
Cerro Aconcagua van 6960
meter. Na een permit te hebben
gekocht bij de ranger,
vertrekken we voor een wandeling
door het gebied. Het is prachtig
weer en dus kunnen we de top in
al zijn glorie bekijken.
Onderweg zien we prachtige
vogels en maken we kennis met de
manier waarop de basiskampen
rond de berg bevoorraad worden:
te paard. Regelmatig komt er een
hele stoet paarden langs met
gasflessen en kratten op hun
rug. Aan het eind van de stoet
rijden altijd twee of meer
gaucho’s. Leuk en indrukwekkend
om te zien hoe zo’n stoet zich
over de smalle bergpaadjes
beweegt.
Eind van de dag rijden we terug
naar Puenta del Inca waar we op
de plaatselijke skipiste annex
camping de nacht doorbrengen.
|
|
Eindbestemming bereikt!
Vanaf Puenta del Inca rijden
we in twee dagen tijd naar
Buenos Aires. Onderweg wordt het
landschap langzaamaan weer
steeds vlakker, tot we weer
volledig omgeven zijn door de
Pampa’s. Dit keer staan er
alleen geen schapen te grazen,
maar koeien. Nou ja, zo kunnen
we vast weer een beetje wennen
aan Nederland zullen we maar
zeggen.
Onderweg willen we de nacht
doorbrengen in Mercedes. Daar
aangekomen, blijkt dat er wel
een camping is, alleen is die om
onduidelijke redenen gesloten.
Omdat er naast de camping een
prachtig voetbalveld en zwembad
liggen, besluiten we om gewoon
daar te gaan staan voor de
nacht. Deze laatste avond in de
Aca eren we met een lekker
glaasje wijn en een houtvuurtje.
Het is een raar idee dat we, na
al die maanden, voorlopig even
niet meer in de Aca zullen
slapen.
|

Ons
laatste kampeerplekje .....
|

Puerto Madero, Buenos Aires
|
Maandag komen
we begin van de avond aan in ons
hotel in Buenos Aires. We vinden
een leuk restaurantje in de
buurt van het hotel waar we
genieten van een heerlijk diner.
We maken ook kennis met het
plaatselijke ritueel van
verjaardagvieren in een
restaurent: taart met een
kaarsje en zingende en
fotograferende obers. De
volgende morgen staan we vroeg
op want vandaag hebben we een
heleboel regelwerk te doen:
kleding wassen, auto wassen,
naar de douane om te informeren
wat de procedure is voor het
verschepen van de auto en het
beeïndigen van het tijdelijke
import permit en naar het
kantoor van de maatschappij die
de auto verscheept om alle
laatste details door te spreken.
Gelukkig hebben we eind van de
dag ook nog even tijd om wat
door de stad te lopen. We maken
kennis met het waterfront van
Buenos Aires, Puerto Madero. Het
oude havengebied wordt hier
omgetoverd in een woon- en
werkgebied. Ook zitten er
talloze restaurantjes en café’s.
|
| Tango en
gitaarmuziek
Bij ons bezoek aan de douane,
is aangegeven dat we een kopie
van ons paspoort moeten maken en
dat die door een notaris
getekent worden om zeker te
weten dat hij echt is (vreemd,
maar oké dat is blijkbaar hoe
het hier werkt). Vanochtend gaan
we dus eerst naar een notaris om
dit te laten doen. Aangekomen op
het kantoor, blijkt ze alleen
pas begin van de middag aanwezig
te zijn. Er wordt nog een keer
gebeld met de douane en dit keer
krijgen we te horen dat een
gewone kopie voldoende is. We
rijden dus naar het
douanekantoor in de hoop daar
snel het benodigde papierwerk af
te kunnen handelen. Maar, dan
kennen we de argentijnse
bureaucratie blijkbaar nog niet:
nee, op de kopie van het
paspoort moet toch echt een
handtekening van een notaris
staan (of van de nederlandse
ambassade, maar die blijkt om
13.00 uur al gesloten te zijn)
en bovendien moet niet alleen de
pagina met de gegevens
gekopieerd worden maar alle
pagina’s leeg of niet. Een
beetje moedeloos vertrekken we
weer. We laten alle kopiën maken
en gaan daarna terug naar het
notariskantoor. Ruim een uur
later hebben we alle benodigde
stempels en handtekeningen en
kunnen we terug naar de douane.
Ook daar worden alle benodigde
stempels en handtekeningen
gezet. Dit lijkt goed te gaan.
We krijgen te horen dat we even
op de gang moeten wachten op
onze papieren want ze moeten ze
eerst nog even in de computer
zetten. En ja hoor ......
driekwartier later krijgen we te
horen dat de computer stuk is en
dat we dus de volgende dag maar
terug moeten komen. Pffffffffff,
we zijn vanochtend om 10.00 uur
begonnen, het is nu 17.00 uur en
we hebben nog eigenlijk niets.
Maar goed, niets aan te doen,
dan morgen voor de auto de
container in gaat nog maar een
keer terug naar de douane. |
We besluiten om
nog een bezoekje te brengen aan
de wijk La Boca voor we
terugrijden naar het hotel. Dit
is een echte volkswijk die
bekend is om zijn gekleurde
huisjes. Inderdaad is het er een
vrolijke boel, overal gekleurde
huizen, beelden op de balkons,
gezellige terrasjes en kraampjes
waar je allerhande
toeristenprullaria kan kopen. We
strijken neer op het terras van
één van de café’s waar ze ook
tangoshows geven op het terras
en bestellen een fles bier. Even
al het gedoe van vandaag
vergeten en genieten van de
heerlijke gitaarmuziek, de
ontroerende zang van een oude
argentijn en de passievolle
tango van het danspaar. Bij het
rondje langs de tafels om de
aanwezigen te betrekken bij de
tango, moet ook Philo en aan
geloven en dus danst ze een
tango met de danser. Een leuke
ervaring.
Toen de officiële show voorbij
was en het tangopaar zich al had
omgekleed, werd het echter nog
leuker. Enkele van de aanwezige
mexicanen pakken de gitaar op en
zingen en spelen zelf een
nummer. Daarna danst het
tangopaar nog twee dansen in hun
gewone dagelijkse kleding en dat
was eigenlijk veel leuker en
losser dan de formele show. Ook
de gitaristen gaan nu vrijuit
hun gang en spelen nog een paar
heerlijke nummers. Dit is de
sfeer die je je voorstelt bij
het oude Buenos Aires. |

Tangodansers in La Boca, Buenos
Aires
|

Afscheid van de Aca

De
moeders van het Plaza de Mayo
|
Afscheid
Vandaag is het dan zover: we
moeten nu echt afscheid nemen
van de Aca. In alle vroegte
rijden we naar de douane om onze
papieren op te halen en daarna
gaan we direct naar het
warehouse waar de Aca de
container in gaat. Daar
aangekomen, blijkt dat het
vandaag heel druk is in verband
met de feestdag van morgen en
dat ze ons daardoor vandaag niet
kunnen helpen. Maandag zal onze
container pas aankomen. Dan zijn
wij echter al weer in Nederland
en dus moeten we de Aca
achterlaten en hopen dat de
argentijnen er netjes mee
omspringen als ze hem in de
container zetten. Even later
verlaten we een beetje
verdrietig het haventerrein en
nemen een taxi naar het Plazo de
Mayo. We slenteren wat rond
langs het plein en de omringende
straten en genieten van een
heerlijke lunch in de zon op een
gezellige terrasje. ’s Middags
zien we hoe de moeders van het
Plaza de Mayo nog steeds hun
rondes over het plein lopen. Het
zijn allemaal heel krachtige
vrouwen en we zijn diep onder de
indruk.
Vanaf het plein lopen we over de
Florida (de belangrijkste
winkelstraat) terug naar het
hotel. Onderweg kopen we nog een
set koffers voor de terugreis en
genieten we van de versierde
harten die overal in de omgeving
van het Plaza Libertador Gral.
San Martin staan. Het doet ons
een beetje denken aan de koeien
die we een paar jaar geleden
overal in Praag zagen staan en
de beren in Vancouver. ’s Avonds
bezoeken we een Parilla voor een
typisch argentijnse maaltijd: op
houtvuur gegrilde steak. En
inderdaad, de steak is erg
lekker. |
Vandaag brengen
we een bezoek aan de dierentuin
van Buenos Aires. Een mooi park
waar ook nog veel statige oude
gebouwen zijn te zien. Opvallend
is dat je in alle gebouwen een
oosterse invloed ziet. We hebben
geen idee waar die vandaan komt,
maar het is wel erg mooi. We
zien veel dieren die we ook
tijdens de reis in het wild
hebben gezien zoals de mara (die
ons in het wild steeds te snel
af was als we een foto wilden
maken), de guanaco, de
flamoing’s en enkele vogels.
’s Avonds is het tijd om nader
kennis te maken met de
argentijnse tango: we gaan naar
een complete tango-avond. Eerst
krijgen we een uur les waarbij
we de basisstappen van de tango
uitgelegd krijgen. Het valt nog
niet mee om dat goed te dansen,
het is heel wat anders dan de
tango die we in Europa kennen.
Maar, onze pogingen worden wel
beloond met een heus diploma
:-).
Na de les is het tijd voor het
diner met aansluitend een
prachtige tangoshow met live
muziek en zang. Het is
indrukwekkend om te zien hoe
deze proffesionals zich over de
vloer bewegen en de muziek is
een genot om naar te luisteren.
We genieten met volle teugen van
deze heerlijke avond. |

Tangoshow
|

De
begraafplaats in Recoleta |
Onze laatste
dag in Buenos Aires brengen we
een bezoek aan de begraafplaats
in Recoleta waar onder andere
Evita begraven ligt. Alle graven
zijn gebouwen waarvan sommigen
complete kerken zijn. Heel apart
dat mensen op so’n manier
begraven willen worden. Het is
wel interressant om de
verschillende bouwstijlen door
de jaren heen terug te zien (art
deco, klassiek, meer strak en
modern, etc.)
Na het bezoek aan de
begraafplaats slenteren we nog
wat rond over de markt met
souveniers en lunchen we op een
gezellig terrasje. Daarna nemen
we de trein naar één van de
steden in Gran Buenos Aires om
een bezoek te brengen aan
Philo’s oom en zijn familie. Het
wordt een heel gezellige avond
en een leuke afsluiting van onze
tijd in Argentinië.
Morgen vliegen we terug naar
Nederland........... |