| Eerste
kennismaking met Santiago
Als we aankomen op het
vliegveld lopen we allereerst
naar een informatiebalie om een
hotel te regelen. Dat hebben we
niet via internet kunnen doen
omdat de Mexicaanse banken alle
reserveringen op onze
creditcards (die al contant zijn
betaald) vast blijven houden.
Heel vervelend want daardoor
zitten we aan onze
bestedingslimiet terwijl dat
feitelijk dus niet zo is.
|
Maar goed, we
worden door een zeer
vriendelijke dame geholpen en we
vinden zo een kamer in een
‘Boutique Hotel’. We hebben geen
idee wat die term inhoud, maar
al snel ontdekken we dat dat
betekent dat je niet alleen een
slaapkamer en een badkamer hebt
maar ook een keuken en een woon-
annex eetkamer. Helemaal iets
voor ons dus want op die manier
hoeven we niet alle avonden
uiteten. Je ontbijt wordt op de
kamer gebracht en desgewenst
wordt er iedere dag
schoongemaakt. Wat wil een mens
nog meer.
Bij aankomst in het hotel blijkt
dat we een kamer op de 34e
verdieping hebben met uitzicht
op de stad en (als je een beetje
om de hoek kijkt) de besneeuwde
toppen van de Andes. Hier houden
we het wel even uit. Hoe nodig
dat blijkt te zijn, weten we op
dat moment nog niet maar dat
komt later. |

Uitzicht vanuit ons apartement
|
| Uitgerust worden
we de volgende morgen gewekt met
het ontbijt op bed. Na daar in
alle rust van te hebben genoten,
is het tijd om de omgeving een
beetje te verkennen. Dat doet
Philo alleen want Rodriaan voelt
zich niet goed en besluit in bed
te blijven. Philo loopt een
beetje rond in het winkelcentrum
dat vlakbij het hotel ligt,
geniet van de zon in het parkje,
doet boodschappen en trekt nog
even een paar baantjes in het
zwembad. Omdat ook zij
behoorlijk moe is, brengen we de
avond lekker door in het
apartement met een boekje en een
heerlijk diner (we hebben weer
even een oven!). Ook de volgende
dag doen we nog niet veel.
Rodriaan voelt zich wel iets
beter maar nog niet goed genoeg
om de stad in te trekken. We
werken wat aan het verslag van
Mexico, genieten van de zon en
de relaxte sfeer in het park,
lezen wat en duiken weer lekker
vroeg ons bed in. |

Het
Plaza de Armas in Santiago
|
De stad
verkennen
Vandaag is het maandag en
Rodriaan voelt zich goed genoeg
om even de stad in te gaan. We
nemen de metro naar het Plaza de
Armas. Daar zitten we een tijdje
op een bankje te genieten van de
sfeer en ales om ons heen. Als
we opstaan om wat verder te
lopen, worden we aangesproken
door een Chileen die ons één en
ander over Chili en Santiago
vertelt. Zo laat hij ons onder
andere de nullijn zien die over
het plein loopt. Vandaar worden
alle afstanden naar het noorden
en het zuiden aangeduid. Zoals
we al vermoedden, krijgen we
deze informatie niet voor niets.
Hij blijkt te werken voor een
theater dat met kinderen met het
Down-syndroom werkt en wil graag
een vrijwillige bijdrage. En
ach, dat is een goed doel en dus
geven we hem wat geld.
Daarna lopen we nog wat rond en
na een uur of drie gaan we terug
naar het hotel omdat Rodriaan
zich toch nog niet heel sterk
voelt en dus liever weer wil
liggen. De volgende dag gaat het
nog niet veel beter en dus
gebruiken we die dag om een
campinggids en een kaart te
kopen en lekker te genieten op
een terrasje. Omdat Rodriaan
zich weer wat slechter is gaan
voelen, trekt Philo er de
volgende dag alleen op uit om de
wijk Providencia te verkennen.
Daar bezoekt ze onder andere een
beeldenpark op de over van de
Río Mapocho. Providencia is het
zakencentrum van Santiago en
barst van de moderne
architectuur, de winkels, café’s
en restaurantjes. Het is een
leuke en gezellige wijk om een
dagje door rond te struinen.
|
We besluiten om
toch naar een dokter te gaan om
te kijken wa Rodriaan heeft.
Aangekomen in het ziekenhuis
blijkt dat de dokter die engels
spreekt morgen weer aanwezig is.
Omdat het weer niet geweldig is
en we nog steeds best wel moe
zijn, gaan we daarna terug naar
ons appartement waar we de rest
van de dag een beetje relaxen.
Vandaag (vrijdag) zijn we op
consult geweest bij de dokter en
die vermoedt dat Rodriaan in
Mexico één of andere parasiet
heeft opgelopen. Hij schrijft
hem een enorme waslijst aan
medicijnen voor en morgen moeten
we terugkomen voor verder
onderzoek.
We hebben inmiddels ook contact
gelegd met het bedrijf waar we
straks de auto op moeten halen
en wat bleek: de boot is niet
alleen twee dagen later
vertrokken, maar doet er ook nog
twee dagen langer over dan
gepland. Dat is een beetje een
domper want dit betekent dat we
pas rond de 19e oktober weer
over de auto kunnen beschikken.
Ruim een week later dan gehoopt.
Inmiddels zijn we al een week in
Santiago in plaats van de
geplande drie dagen. We proberen
intussen wel uit te zoeken wat
we op voorhand al kunnen
afhandelen van al het papierwerk
zodat dat de 19e dan zo min
mogelijk tijd kost. We hebben
inmiddels het adres van een
zogeheten ‘custom broker’, maar
het is vandaag niet gelukt om
contact met hem te leggen.
Morgen nog maar een keer
proberen want na een week
Santiago en drie weken hotels
verlangen we met smart naar de
vrijheid van onze eigen auto en
het kamperen. |
| Santiago en
omgeving
Na de nodige misverstanden en
een lading aan telefoontjes en
een bezoek aan het kantoor van
de custom broker, blijkt
uiteindelijk dat er heel veel
misverstanden zijn.
Oceanexpress, het kantoor dat
voor ons de aanmelding van de
container bij de terminal zou
doen, dacht dat wij de hele
container wilden hebben en
vervoeren in plaats van alleen
de auto die erin zit. In dat
geval moet de hele container
door de douane en dan hem je een
custom broker nodig. In ons
geval is die schakel overbodig,
mits we de auto op het terrein
van de terminal eruit halen en
daarna als tourist met auto en
al door de douane gaan. We
kunnen, zo blijkt uiteindelijk,
rechtstreeks contact opnemen met
iemand bij de terminal in
Valparaiso en dan kan die zorgen
dat we de auto meekrijgen. Oke,
dat is mooi. Maar, inmiddels is
ook bekend dat de boot nog meer
vertraging heeft en in plaats
van 16 oktober pas 20 oktober
aankomt. Zucht ...........
Dankzij de inzet van de
directeur van Oceanexpress die
ons de naam geeft van iemand bij
de terminal in Valparaiso die
engels spreekt, verloopt het
contact met de terminal prima.
We weten eindelijk wat we
wanneer moeten doen en hoe en
wanneer we de auto mee kunnen
nemen. Nu nog hopen dat de boot
inderdaad de 20e aankomt want
dan kunnen we zaterdag weer in
de auto slapen. We kijken er nu
al naar uit! |
Ondanks al dit
geregel, hebben we ook nog wat
meer van de stad kunnen zien en
zijn we een dagje gaan
wijnproeven.
Nadat Rodriaan zaterdag alle
onderzoeken heeft doorstaan,
gaan we nog even de stad in
(dankzij de medicijnen voelt hij
zich al een stuk beter). We
bezoeken eerst het Palacio de
La Moneda het vroegere
precidentiële paleis.
Tegenwoordig doet het aleen nog
dienst als kantoorruimte, de
president woont er niet meer. Op
de binnenplaats is net een leuke
tentoonstelling geopend over
architectuur op het schiereiland
Chiloé. Wat opvalt is de zeer
moderne, een beetje fins
aandoende architectuur van een
aantal recent gebouwde gebouwen.
Leuk om te zien.
Na dit bezoekje lopen we door
het centrum naar de Cerro
Santa Lucía. Een heuvel
midden in het centrum van de
stad waarop een park is
aangelegd. We genieten een
tijdje van de zon en het
uitzicht over de stad en de
Andes op één van de vele bankjes
voordat we terugkeren naar ons
apartement. |

Palacio de La Moneda
|

Het
Maria beeld in Parque
Metropolitana
|
Zondag is het
stralend weer en besluiten we
het Parque Metropolitano
te gaan verkennen. Dit park ligt
op de 869 meter Cerro San
Christóbal midden in
Santiago (net buiten het
centrum). Al direct bij aankomst
valt de relaxte sfeer op die ook
hier heerst. Families die
gezellig samen van de zon
genieten met een picnic, een
bezoek aan de kleine dierentuin,
een potje voetbal of gewoon
lekker op een bankje of in het
gras genieten van de zon. We
nemen de kabeltram naar boven
waar we eerst het 36 meter hoge
beeld van Maria bekijken dat
bovenop de heuvel staat. Daarna
slenteren we door het park
langzaam de heuvel af en
bezoeken we de botanische tuin
in het park. Eind van de dag
keren we ontspannen en gebruind
terug.
|
De volgende dag
worden we al vroeg in de ochtend
opgehaald voor een tour langs
een tweetal wijngaarden in de
omgeving van Santiago. Om te
beginnen gaan we naar de
wijngaard Aquitania. Deze
ligt aan de rand van de stad.
Althans, tegenwoordig. De dame
die ons rondleidt, vertelt dat
toen de vier vrienden van wie de
wijngaard is deze in 1993
begonnen, er in de verste verte
geen stad te bekennen was. Maar,
Santiago groeit zo snel dat de
wijngaard is nu omgeven wordt
door nieuwbouwwijken.
Het is een kleine wijngaard (15
hectare) waar kwaliteit hoog in
het vaandel staat. Zo wordt
alles nog met de hand gedaan:
het snoeien van de wijnranken,
het plukken en sorteren van de
druiven en het labellen van de
flessen. Er worden in totaal
drie soorten druiven gekweekt:
Merlot, Cabernet Sauvignon en
Carmenère (een druivensort die
in Europa niet meer voorkomt).
Van deze druivensoorten worden
drie soorten rode wijn gemaakt
die alle drie in het luxe
segment vallen. Of zoals de dame
die ons rondleidt aangeeft:
“onze wijnen worden niet in de
supermarkt verkocht.” In het
zuiden van Chili hebben ze nog
een wijngaard waar Chardennay
wordt gekweekt voor de witte
wijn die ze produceren.
|

Tijd
om de wijn te proeven, daar zijn
we per slot van rekening voor
gekomen
|
Na de
rondleiding is het tijd voor het
echte werk: het proeven van de
wijnen. En toegegeven: ze zijn
heerlijk! We proeven de
Domaine Paul Bruno (Paul en
Bruno zijn twee van de vier
eigennaren van de wijngaard) en
de Lazuli (hun meest
chique wijn). De naam van deze
laatste wijn is gebaseerd op
Lapis Lazuli dat alleen in Chili
en Afganistan te vinden is en
dus heel exclusief is, net als
deze wijn (volgens hun inzicht
althans).
Nu is het tijd voor de lunch en
die nuttigen we in een leuk,
landelijk restaurant in de
Maipo Valle. Dit is het
gebied dat ten zuidoosten van
Santiago ligt. De groep waarmee
we de tour doen is erg gezellig
en de gesprekken tijdens de
lunch zijn dan ook zeer
geannimeerd. |

Viña
Undurraga

Eén
van de vier wijngaarden van Viña
Undurraga
|
Na deze
onderbreking, vertrekken we naar
Viña Undurraga. Deze
wijngaard is al in 1885 gestart
door Francisco Undurraga die ook
veel van de druivensoorten naar
Chili heeft gehaald. Deze
wijngaard produceert jaarlijks
duizenden liters wijn. Wel even
wat anders dus dan de vorige
wijngaard. Hier wordt ook bijna
alles machinaal gedaan. Bijna,
want het plukken van de druiven
gebeurd ook hier met de hand en
de premium wijn die ze
produceren, wordt ook nog
helemaal handmatig gemaakt. De
man die ons rondleidt vertelt
dat die premium wijn gemaakt
wordt van de druiven die
afkomstig zijn van druivenranken
die al 45 jaar oud zijn. Hij
legt uit dat hoe jonger de
wijnrank, hoe minder smaak er
aan de druiven zit. De druiven
van de jonge planten worden dan
ook alleen gebruikt voor hun
goedkope wijnen. Hieruit
concluderen wij dus dat de
premium wijn die ze hier maken
nog wel heel wat chiquer is dan
die in de vorige wijngaard.
Behalve de wijngaard die wij nu
bezoeken hebben ze nog drie
wijngaarden elders in Chili.
Bijelkaar beslaan deze
wijngaarden een oppervlakte van
1012 hectare. De wijn die ze
hier produceren, wordt naar maar
liefst 70 landen geëxporteerd.
Onze gids legt uit waarom er
maar zo weinig wijn in Chili
blijft: “Chilenen drinken om
dronken te worden en dan is bier
of Pisquo (een plaatselijke
liqueur) veel goedkoper.” Van
alle wijn die in heel Chili
wordt geproduceerd, wordt daarom
ruim 90% geëxporteerd.
Na al deze informatie, is het
tijd voor het proeven van de
wijn. We proeven een witte en
twee rode wijnen. Alledrie zijn
ze meer dan de moeite waard. Ze
zijn heel lekker fruitig en niet
te zwaar. Wij vinden ze zeker zo
lekker als de wijnen van Viña
Aquitania.
Als we terugkomen bij de bus
blijkt er een mechanisch
probleem waardoor we moeten
wachten op een nieuwe bus. De
tijd wordt gedood met een glas
wijn en sterke verhalen en na
ruim een half uur kunnen we in
licht aangeschoten toestand met
een nieuwe bus terug naar huis.
|
| Eindelijk
naar Valparaiso
Na ons dagje langs de
wijngaarden, verblijven we nog
twee dagen in Santiago om
allerhande papierwerk voor de
auto te regelen. Helaas kunnen
we niet meer in ons appartement
want dat is volgeboekt. En dus
verhuizen we eerste een keer
naar een andere kamer bij
hetzelfde hotel en daarna na een
andere plek in Santiago. Behalve
het regelen van alle papieren en
stempels voor de auto, bezoeken
we ook nog het huis van de
familie Cosiño. Dit was ongeveer
een eeuw geleden één van de
meest welvarende families in
Santiago. Ze bezaten niet alleen
wijngaarden, maar ook een
zilvermijn en een kolenmijn. Het
huis is indrukwekkend en leuk om
gezien te hebben.
Tegenover het huis zit het
Militair Geografisch Instituut
waar alle detailkaarten van
Chili worden gemaakt. Ook is er
een klein museum met historische
landmeetapparatuur zoals een zes
kanaals GPS ter grootte van een
koelbox. Ja, de tijden zijn wel
veranderd. We neuzen nog wat
rond tussen de kaarten die je
kan kopen en dan keren we terug
naar huis. |

Het
huis van de familie Cosiña
|

Het
hotel in Viña del Mar
|
En dan is het
vrijdag en gaan we eindelijk
naar Valparaiso waar we als het
goed is morgen de auto op kunnen
halen. We nemen de taxi naar het
busstation en daar stappen we in
een super de luxe toeringcar die
ons naar Viña del Mar zal
brengen (dat ligt tegen
Valparaiso aan). Het is
ongelofelijk dat deze lijndienst
per luxe toeringcar niet meer
kost € 5,- per persoon voor een
afstand van meer dan 150 km.
Onderweg genieten we van
huilende, kostende en scheitende
kinderen, CSI in het spaans en
het prachtige landschap.
Aangekomen in Viña del Mar, gaan
we direct naar het hotel waar we
de rest van de midag doorbrengen
met genieten van de zon op een
luie stoel aan het zwembad, een
beetje lezen en een lekkere
massage. Eind van de dag
genieten we van de zonsondergang
op het terras met onze eerste
Pisco Sour. Dit is een typisch
Chileense drank bestaande uit
Pisco (een soort Grappa),
citroensap, poedersuiker en
eiwit. We hebben dit
welkomstdrankje aangeboden
gekregen van het hotel vanwegen
het feit dat het onze honeymoon
is. Op de kamer stond ook nog
een fles wijn en bonbons maar
het is niet helemaal duidelijk
of je die altijd krijgt of dat
dat ook is vanwege onze
huwelijksreis.
|
| De Pisco smaakt
prima, maar is behoorlijk sterk.
We worden al snel wat licht in
ons hoofd. Als de zon onder is
en de Pisco op, gaan we naar
binnen voor het diner. Daarna
duiken we ons bed in om
uitgerust aan de grote dag van
morgen te kunnen beginnen.
We staan al vroeg op want
rond 10.00 uur moeten we ons in
de haven melden. Daar worden we
ontvangen door Alberto die ons,
samen met zijn collega Gabriel,
werkelijk prima helpt met het
regelen van al het papierwerk.
We krijgen het even benauwd als
de container niet op de
verwachte plek staat en Alberto
even later bellend uit zijn
kantoor komt lopen. Het
schrikbeeld van de site van NYK
- Line (waar de ‘track
container’ functie aangeeft dat
de container nog in Manzanillo
staat) duikt op voor onze ogen.
Maar, gelukkig, het blijkt dat
de container in het stack is
gezet en ze gaan hem nu halen.
Ondertussen gaan wij met Alberto
en Gabriel naar de douane. Daar
lijkt het nog heel even mis te
gaan omdat de dame die ons helpt
aangeeft dat de benodigde
Importatcion Temporal niet
in het weekeinde verkregen kan
worden. Maar, het blijkt dat ze
toch een formulier kunnen
uitdraaien en de auto in de
computer kunnen aanmelden en dus
kunnen we de auto vandaag gewoon
meenemen. Het enige verschil is
dat het papier nu wit is en
normaal is dat blauw (daar
kunnen we mee leven, als de auto
maar in de computer staat en dat
is nu zo). |
Even later mag
dan eindelijk de deur van de
container open en daar is de Aca
dan. Hij staat zonder schade te
wachten in het midden van de
container tot we hem weer
meenemen. Na wat startproblemen
omdat alle benzine uit de
caburateur en de benzineleiding
is verdampt, kunnen we weer
verder met onze reis. Op dit
moment hebben we drie weken met
smart gewacht en dus vieren we
dat eind van de middag met een
glas champagne op het balkon van
onze hotelkamer. Maar, eerst
moeten we nog wat andere dingen
doen.
Om te beginnen rijden we de auto
door een wasstraat om al het
vuil en zout uit Mexico er af te
spoelen (laatste camping was aan
het strand, vandaar). Daarna
gaan we naar een Lavanderia om
de was af te geven en doen we
boodschappen zodat we de komende
drie dagen vooruit kunnen.
Daarna rijden we naar Valparaiso
om nog even een uurtje door de
stad te lopen en met twee van de
in totaal vijftien ‘Ascendores’
te gaan. Valparaiso is helemaal
tegen de stijle heuvels
opgebouwd en één van de manieren
om je daar comfortabel over te
verplaatsen is de ‘Ascendoro’.
Dit is een lift die tegen een
rails aan steil naar boven gaat.
Het is typisch iets voor
Valparaiso en dus moeten we dat
wel even gezien hebben. Na deze
ervaring gaan we terug naar het
hotel voor ons glaasje Chileense
champagne en het diner. En
morgen ......... dan gaan we
eindelijk weer echt verder met
onze reis! |

Jaaaaaaaaaaa, daar is dan
eindelijk de Aca weer!

Eén
van de Ascendores in Valparaiso
|

Onderweg langs de Panameriaca
|
Op naar de
Atacama Dessert
Vandaag gaan we dan eindelijk
weer op pad met de Aca. We
rijden vanaf Viña del Mar naar
heet noorden. In het begin
worden we omgeven door
wijngaarden maar langzaamaan
wordt het landschap steeds
droger. De Panamericana is dit
eerste stuk een luxe vierbaans
snelweg, maar dat mag ook wel
want je moet er flink voor
betalen. Het schiet wel lekker
op en eind van de middag zijn we
al in La Serena waar we een onze
eerste Chileense camping
opzoeken. Het is duidelijk dat
het seizoen nog niet echt is
begonnen, want de plekken zijn
nog niet voorzien van de
gebruikelijke picknicktafels en
ander equipement. Maar, voor ons
is dat geen probleem want we
hebben alles zelf bij ons. De
ijverige campingbaas denkt daar
echter anders over en in de loop
van de avond worden één voor één
alle attributen bezorgd. Een
lampje, een tafel, twee stoelen
en een of ander ding om op te
koken. |
De volgende
morgen gaan we al vroeg op pad
want vandaag willen we een flink
eind richting Antafogasta komen.
De Panamericana is vanaf hier
gratis, maar wel slechts twee
banen breed. Dit is echter geen
probleem gezien het feit dat er
nauwelijks ander verkeer op de
weg is. Het verkeer dat je
tegenkomt bestaat eigenlijk
alleen maar uit vrachtwagens en
lange afstandsbussen.
Personenauto’s zijn een
zeldzaamheid op deze weg.
Het landschap waar we doorheen
rijden wordt nog steeds droger.
Zie je bij La Serena nog planten
als cactussen, even verderop zie
je zelfs die niet meer. Ondanks
dat het landschap zo droog is,
is het absoluut niet saai. De
kleuren en patronen zijn
prachtig en verrassend. We
genieten met volle teugen van de
rit die ons vandaag tot Taltal
voert. Het enige minpuntje is
dat er direct aan de
Panamericana heel veel zwerfvuil
ligt hetgeen extra opvalt in het
veder zo verlaten landschap.
In Taltal vinden we een plekje
op om te kamperen de gratis
camping aan het strand. We
genieten van de zonsondergang en
de stoere golven. Als het donker
is, ontdekken we dat de maan
hier een bakje is in plaats van
een sikkel. Dit is even wennen,
net als het feit dat de zon hier
op het midden van de dag in het
noorden staat in plaats van in
het zuiden. |

Kamperen aan het strand in
Taltal
|
Vanaf Taltal zie
je steeds meer sporen van de
mijnbouw in het landschap.
Daardoor maakt met name het stuk
van Antafogasta naar Calama een
nogal afgekloven indruk. Dit
stuk van de tocht is daardoor
minder mooi, het landschap is
teveel verstoord door de mens.
Naar mate de weg meer het
binnenland induikt, stijgt de
temperatuur. Uiteindelijk wordt
het zo’n 40° C overdag. ’s
Nachts daarentegen koelt het af
naar ongeveer 5° C. Een bizar
groot verschil.
In Calama overnachten we bij een
gepensioneerde Carabinero. Een
aardige man die zelfs voor ons,
als enige campinggasten (die
geen spaans spreken), zijn
openluchtbioscooop activeert. Op
een enorm scherm kunnen we
genieten van de Chileense versie
van ‘Goede tijden selchte
tijden’. We zijn echter te moe
om er lang van te genieten en
besluiten om maar gewoon lekker
te gaan slapen.
|
| Kennismaking
met de grootste kopermijn ter
wereld
De volgende dag willen we een
bezoek brengen aan Chuquicamata,
’s werelds grootste kopermijn.
Volgens de reisgids moet je je
dan voor 9.00 uur ’s ochtends
melden bij het bureau dat de
mijntour organiseert. Onze
campingbaas weet echter te
vertellen dat de tours
tegenwoordig om 14.00 uur ’s
middags vertrekken. Hij belt
zelfs voor ons op om een
reservering te maken zodat we
zeker zijn van een plekje op
deze druk bezochte tour. De tijd
tot 14.00 uur gebruiken we om
onze terreinbanden op de
voorwielen te zetten en
boodschappen te doen.
Om 13.30 uur melden we ons in
Chuquicamata voor de tour door
de mijn. Deze begint met een
promotiefilm over Codelco,
het staatsbedrijf dat eigenaar
is van onder ander deze mijn.
Daarna volgt een toelichting op
het proces om te koper te winnen
en de hoeveelheden die ze
dagelijks verwerken.
Het echte deel van de tour is
natuurlijk de open ontgraving
zelf. Er is geen toelichting
nodig. De afmetingen zijn
gigantisch. De echte schaal
realiseer je je pas als je de
mijntrucks beneden in de diepte
ziet scharrelen als mieren en je
dat vergelijkt met het exemplaar
dat naast je staat. De
ontgraving heeft noord-zuid een
afmeting van 5 km en oost-west
is dat 3 km. De diepte is 900 m.
Elke dag om 17.00 uur wordt er
gesprongen, waarbij genoeg
materiaal vrijkomt voor de
volgende 24 uur afgraven en
afvoeren. Helaas zijn er geen
pottekijkers toegestaan bij het
springen. |

Chuquicamata

Eén
van de mijntrucks
|

Valle
de la Luna

Reserva Nacional Los Flamencos

Het
‘zwembad’ in Peine
|
Valle de la
Luna en Reserva Nacional Los
Flamencos
Na de toer in Chuquicamata
rijden we via Valle de la
Luna naar San Pedro de
Atacama. Valle de la Luna
is een zeer divers natuurgebied
met zandduinen, bizarre
rotsformaties en kliffen. In
grote delen van het gebied is
een witte waas aanwezig, alsof
alles met poedersuiker (of
poedersneeuw) is bedekt. In
werkelijkheid is dit zout!
San Pedro is een behoorlijk
toeristische oase in de Atacama
woestijn. Ondanks dat het hier
veel groener is dan in Calama,
is het nog steeds heel droog en
stoffig. We vinden een camping
in de perenboomgaard van een
aardige Indiaan waar we de nacht
doorbrengen.
De volgende dag rijden we
langs verschillende delen van
het Reserva Nacional Los
Flamencos. Dit park is
opgedeeld in zeven deelgebieden
die een flinke eind uitelkaar
liggen. Er zijn niet alleen
flamingo’s te zien, ook het
landschap is schitterend. Vooral
de hooggelegen gebieden tegen de
Andes aan zijn buitengewoon
mooi. We besluiten om eerst de
Laguna Miscanti te
bezoeken, een hoog in de Andes
gelegen meer dat, volgens een
franse dame die we in
Chuquicamata hebben gesproken,
schitterend zou moeten zijn.
Maar helaas, op ruim 4000 meter
hoogte is de lucht zo ijl en de
weg zo stijl dat de Aca het voor
gezien houdt. Hij wil niet meer
verder. Omdat het al laat in de
middag is en we ook nog een
andere lagune willen bezoeken,
besluiten we om niet lopend
verder te gaan maar om te keren
en naar de lager gelegen lagune
te rijden. Behalve de Aca hebben
we zelf namelijk ook wel een
beetje last van de hoogte hier.
We rijden naar de Laguna
Chaxa. Deze is gelegen in de
Salar de Atacama. Tussen
de zoutkristallen is een heel
zout meer, waar de flamingo’s
(en andere dieren) hun eten bij
elkaar scharrelen. In het zoute
water leven vooral algen maar
ook een speciale zoutgarnaal.
Heel apart om typische
strandvogels (meeuwen en
steltlopers) op zo’n 3000 m
hoogte aan te treffen.
Na dit bezoek rijden we over de
zoutvlakte naar Peine, een dorp
aan de westrand van de Salar
de Atacama. Bij het
‘zwembad’ (een paar dammen in
het plaatselijke beekje) mogen
we kamperen. Het oude Peine dat
naast het zwembad heeft gelegen
is ooit bedolven onder een
lavastroom. Er zijn geen
kerktorens te zien die mooi
boven de lava uitsteken, alleen
maar lava. |
| Terug naar
het zuiden
Na Peine steken we de
zoutvlakte oost-west over,
waarna we in zuidelijke richting
naar de Escondida mijn rijden.
De auto krijgt het zwaar te
verduren, want waar in de buurt
van San Pedro de ‘Ripio’ wegen
nog goed vlak waren, wordt het
op dit weinig bereden deel erg
hobbelig en (veel erger) zijn er
plaatselijk vreselijke wasbord
ribbels die je het gevoel geven
dat alles losrammelt (en dat is
ook zo). Als we af en toe
stoppen is de stilte echter
overweldigend. Juist omdat er in
het geheel geen ander verkeer is
(ook geen vliegtuigen), er geen
vogels zijn, er geen planten
groeien (waar de wind door kan
suizen) is het hier onwerkelijk
stil. Nog nooit eerder zijn we
op zo'n stille plek geweest. Bij
de Escondida mijn graven ze
structureel een berg met
kopererts af. Geen indrukwekkend
gat in de grond dus, maar wel
een mega productie. En een mooie
asfaltweg naar de
Panamericana... |

De
Aca midden in de zoutvlake
|

Een
begraafplaats
|
Ongeveer op
driekwart van de Escondida mijn
naar de Panamericana staat er
een bord met ‘ruta 5 sur’
hetgeen zou betekenen dat we een
stuk af kunnen snijden. Op de
kaart staat ‘Ripio’ maar wat we
kunnen zien is superdeluxe
asfalt, dus we nemen de
afsnijroute. Na ongeveer 15 van
de totaal 60 km houdt het asfalt
echter op en komen we op een
vreselijk slechte weg die ooit
wel asfalt is geweest maar nu
een en al puin en gaten.
Verderop wordt het alsnog Ripio,
dus de kaart heeft in zekere zin
toch gelijk gehad. Halverwege
komen we nog langs een kerkhof,
werkelijk midden in het niets.
Weer op de Panamericana rijden
we vol gas naar ‘Pan de Azucar’
waar we overnachten. De volgende
dag zien we meer van dit
nationaal park waar onder andere
bijzondere cactussen groeien en
waar op eilandjes voor de kust
zeeleeuwen en Humboldt pinguïns
leven. |
| Van Pan de
Azucar rijden we naar ‘Thermas
de Socos’ waar we 2 nachten
verblijven op een (voor
chileense begrippen) zeer fraaie
camping. We gebruiken de dag om
de was te doen en de auto een
kleine beurt te geven (olie
verversen, kleppen stellen en
alles wat los kan zijn gerammeld
controleren en eventueel vast
zetten). |
| Parque
Nacional La Campana
De volgende halte is ‘La
Campana’, een nationaal park met
bijzondere vogels, palmbomen en
goed bewandelbare bergen. We
zien onder andere de grootste
kolibri soort ter wereld en een
aparte door de struiken rennende
vogel die apen geluiden maakt
(oe, oe, oe in een steeds
sneller tempo). Ook zijn er
hagedissen in verschillende
soorten en maten. We maken een
mooie wandeling en genieten van
het schitterende weer en de
intrigerende dieren. Ook hier
zijn duidelijke sporen van de
mijnbouw. In het gebied zijn
meerdere in onbruik geraakte
mijntjes. Aan de groene kleur
van veel gesteente hier is af te
leiden dat er nog veel koper in
de grond zit.
Na twee nachten in La Campana
trekken we morgen weer verder
naar het zuiden. |

La
Campana
|
| Wijngaarden
en een mooie waterval
De eerste tussenstop op weg
naar het zuiden is Santiago.
Daar moeten we de
onderzoeksresultaten op te halen
bij het ziekenhuis. Helaas is
het ziekenhuis dicht vanwege een
feestdag en moeten we de
volgende dag terugkomen. We
besluiten toch te wachten en
slapen nog een nachtje in het
apartement waar we eerder ook
verbleven. ’s Ochtends vroeg
halen we de resultaten op waarna
we snel opweg gaan richting Los
Angeles.
Onderweg genieten we van de
groene omgeving. Een verademing
na de droogte in noord Chili. We
rijden langs de ene wijngaard na
de andere en we vragen ons af
hoeveel wijn Chili eiegenlijk
produceert per jaar. Toch eens
ergens opzoeken.
|

Salto
del Laja
|
Eind van de
middag zijn we in de buurt van
de Salto del Laja en we
besluiten om even te stoppen en
hem te bekijken. Het is een
soort kleine versie van de
Niagara waterval en veel minder
toeristisch. Omdat het al laat
is, besluiten we op de camping
tegenover de waterval te
overnachten. Deze camping heeft
zowaar warme douches, tot nu toe
een unicum in Chili zo buiten
het toeristenseizoen. De
campingbaas is ook hard bezig
met de aanleg van een mooi
zwembad dat hij ons vol trots
laat zien. De stabiliteit van de
naastgelegen helling is alleen
nog niet helemaal in orde, dus
of we er nu rustig zouden gaan
zwemmen ........
De elektriciteit op de camping
is typisch chileens: binnen
handbereik lopen de
ongeisoleerde fase en nuldraden
van de campingverlichting en de
stopcontacten. Zelfs een bordje:
niet aanraken gevaar voor
elektrocutie kon er niet vanaf.
Nooit van spelende kinderen
gehoord? |
| Parque
Nacional Conguillo
De volgende dag (wat is een
warme douche een goed begin van
de dag!) rijden we naar
Parque Nacional Conguillo.
Dit park wordt landschappelijk
gedomineerd door een
indrukwekkende met sneeuw
bedekte vulkaan. In de lager
gelegen delen groeien de
beroemde Araucacia’s. Van een
afstand lijken deze bomen op
dennen maar van dichterbij zie
je dat de ‘naalden’ heel
afwijkend zijn. Ze lijken veel
meer op bladeren van een
vetplant. Ook vreemd is de
paraplu-achtige vorm die
ontstaat doordat de takken
vooral aan de top van de boom
ontspruiten.
Door de enorme pakketten sneeuw
die nog in het park liggen (1,5
m dik!) kunnen we de camping
niet bereiken. Het park is
eigenlijk ook nog gesloten. Dat
deert ons niet want vlak voor de
ingang is een parkeerplaats die
prima dienst kan doen als
‘camping’. We zetten de auto
daar neer en besluiten om nog
wat te gaan wandelen.
Uiteindelijk worden het drie
korte wandelingen omdat tot twee
keer toe de weg nog versperd
wordt door dikke pakken sneeuw.
Maar, desondanks krijgen we een
goede indruk van het park dat
echt heel erg mooi is.
De volgende morgen worden we
wakker in een witte wereld.
Alles (ook de auto) is bedenkt
met een laag rijp. De isolatie
van de auto heeft goed gewerkt
want we hebben het ondanks de
vorst niet koud gehad. |

Het
‘blad’ van de Arauca

Ons
kampeerplekje
|
| Een stukje
Duitsland in Chili
Met de verwarming aan rijden
we naar Frutillar. De omgeving
van Frutillar is sterk beïnvloed
door de duitse immigranten die
hier zijn neergestreken. Veel
restaurantjes en hotelletjes
zijn erg duits, inclusief
braatworst, Paulaner bier en
Apfelstrudel. Het dorp ligt aan
een prachtig meer met uitizcht
op de imposante Osorno vulkaan.
Als we aankomen, is de lucht
helder en kunnen we de hele
kegel van de vulkaan zien. Een
geluk, want de twee dagen daarna
zit hij voor een groot deel in
de wolken.
|

De
watermolen in het
openluchtmuseum in Frutillar
|
We rijden naar
een camping in de buurt van
Frutillar waar we een mooie
kampeerplek aan het meer vinden
en waar we, voor het eerst sinds
Toronto, weer eens op gras staan
in plaats van zand of aarde. Een
verademing!
De volgende morgen brengen we de
was naar een lavanderia en
bezoeken daarna een klein
openluchtmuseum over de duitse
kolonisatie. Het is een
aandoenlijk museum, klein en
samengesteld uit spullen die de
plaatselijke bevolking nog op
zolder had liggen. Daarna
slenteren we wat langs het meer
tot dat de was klaar is. Het is
vandaag nogal regenachtig en dus
besluiten we om niet meer naar
het Parque Nacional Alerce
Andino te gaan maar de
bijzondere boom (de Alerce) in
Argentinië te gaan bekijken. We
rijden in plaats daarvan naar
Puerto Montt waar we eerst
uitzoeken waar het kantoor van
Navimag is waar we ons de
volgende ochtend moeten melden.
Als we dat hebben gevonden,
rijden we naar een camping in de
buurt van de stad. |
| Lang leve de
bureaucratie
Maandag 6 november melden wij
ons, zoals opgedragen door het
kantoor in Santiago, om 8.00 ’
ochtends bij de haven. Maar, in
het kantoor van Navimag is nog
niemand te bekennen. Later
blijkt dat het kantoor pas om
9.00 uur opengaat. Nooit gehoord
van onderlinge afstemming
......? Bij het kantoor waar we
de restbetaling moeten doen,
blijkt dat daar alleen voor
onszelf als passagier kunnen
betalen, voor de auto moeten we
naar een ander kantoortje. Nadat
we de tickets voor onszelf
hebben betaald, gaan we naar het
kantoor waar we onze
boardingpass moeten ophalen. Als
we die in ons bezit hebben,
beginnen we aan de inscheping
van de auto.
Eerst moeten we daarvoor naar
kantoor nummer drie om te
betalen. Nadat we hebben
betaald, krijgen we een
formulier waarmee we het
haventerrein opmogen. |
| Er wordt ons
verteld dat de auto gewogen moet
worden en dat er een
schadeformulier moet worden
opgemaakt (om te voorkomen dat
je al aanwezige schade na
aankomst op Navimag probeert te
verhalen). Als we het
haventerrein oprijden en een
weegbrug zien, rijden we daar
dus op. Er gebeurd echter niets
en dus besluiten we er weer af
te rijden en iemand van Navimag
aan te schieten om te vragen hoe
en wat. Die vertelt ons dat we
de weegbrug weer op moeten, niet
om de auto te wegen, maar om een
foto te maken. Daarna moeten we
naar de andere kant van het
terrein om de auto te wegen
(waarom kan dat niet tegelijk
met het maken van de foto?). Als
we dat gedaan hebben, rijden we
naar kantoortje nummer vier om
daar een schadeformulier op te
laten maken. Als dat klaar is,
mogen we de auto eindelijk de
boot op rijden. Voor we er
oprijden, wordt er nog één keer
iets op een formulier ingevuld
maar daarna staat de auto veilig
en wel aan boord. |

Het
laatste formulier voor afvaart
...........
|

De
haven van Puerto Montt
|
Als de auto aan
boord staat en wij onze spullen
naar de hut hebben gebracht,
hebben we nog even tijd om
Puerto Montt te verkennen. We
lopen richting de haven en de
markt en kijken daar wat rond.
Daarna is het tijd om terug te
gaan naar het Navimag kantoor
voor de instructies omtrent het
inschepen. Terwijl we buiten in
de zon zitten te wachten,
ontmoeten we twee nederlandse
stellen Walter en Mirjam en
Steffen en Hanneke). We zitten
gezellig te kletsen tot het
moment aanbreekt dat we
eindelijk aan boord mogen. Omdat
wij in de meest luxe hut zitten
(een twee persoonshut), gaan wij
als eerste aan boord. Nadat de
gastvrouw van Navimag ons de weg
heeft gewezen naar de hut en de
eetzaal (ja, wij eten niet in
het restaurant maar in een
aparte eetzaal voorop het schip
waar ook de kapitein dineert)
gaan we naar het dek om te zien
hoe de boot wegvaart.
|
Even na vieren
is het zover en kiezen we het
ruime sop. We genieten van de
zon en het uitzicht en drinken
gezellig een borrel met onze
nederlandse vrienden. Na al die
maanden in het engels
converseren, is het heerlijk om
weer even gewoon nederlands te
kunnen praten. Als we wegvaren
zien we in de haven nog een
zeehond ruzieën met de meeuwen
om een vis. We zijn heel
beniuewd wat voor dieren we deze
tocht nog meer zullen zien. Het
praatje van onze gastvrouw
waarin ze de tocht en de plekken
waar we langskomen toelicht,
beloofd in ieder geval veel
goeds wat betreft het
natuurschoon.
|
| Stukje varen
Als we de volgende morgen
wakker worden, is het redelijk
zonnig en na het ontbijt gaan we
dan ook lekker naar buiten. We
brengen een bezoekje aan de brug
en daar raken we aan de praat
met een andere rotterdammer. Die
weet ons te vertellen dat het
schip oorspronkelijk onder
nederlandse vlag heeft gevaren
voor Maersk. Hij was zo
oplettend dat hij had gezien dat
in onze dinerruimte nog een
bordje ‘nooduitgang’ hangt. Je
ziet het ook aan de
eurostopcontacten met randaarde
in de hut. Tja, dat is dan toch
wel weer grappig.
De rest van de dag brengen we
door met lezen en luieren. In de
loop van de middag komen we op
open zee en het schip begint
steeds meer te deinen. Zo lang
we buiten zijn, hebben we niet
echt ergens last van, maar
binnen worden we toch wat licht
in ons hoofd. We besluiten
daarom om toch maar een
anti-zeeziekte pil te slikken en
dat werkt. Dat we niet de enige
zijn die een beetje last hebben
van de deining blijkt wel aan de
rust in de bar en het
restaurant. Blijkbaar liggen erg
veel passagiers zeeziek in bed.
Na het diner voelt ook Rodriaan
zich niet helemaal oke en hij
besluit om alvast naar bed te
gaan. Philo loopt nog wat buiten
rond en gaat daarna naar het
restaurant om de film te
bekijken die die avond draait.
|

Varen
door de Patagonische fjorden
|
| De tweede dag op
zee blijkt het weer niet zo
geweldig. Het is grijs en van
tijd tot tijd valt er een
stevige bui. We zijn inmiddels
weer terug in het fjorden gebied
en dus is er nauwelijks meer
sprake van enige deining. Het is
dan ook overal weer flink wat
drukker. ’s Ochtends legt de
boot aan voor de kust van Puerto
Edén en kan je tegen betaling
met een gammel vissersbootje aan
land gaan om het dorpje te
bekijken. Ook wij hebben ons
ingeschreven voor deze excursie
en dus staan we samen met nog
zo’n 130 andere passagiers op de
laadklep in de stromende regen
te wachten tot we aan boord van
zo’n bootje kunnen. En dan, als
wij bijna aan de beurt zijn,
gaat de laadklep ineens omhoog.
|

De
kerk van Puerto Edén

De
gletsjer Pio IX
|
He, zouden wij
niet meer mogen? Maar nee, de
boot is teveel afgedreven en
moet weer even terugdraaien naar
een betere positie. Na een half
uurtje wachten, kunnen we dan
eindelijk in een gammel
roeibootje stappen dat ons aan
land brengt. We lopen een rondje
langs de kerk van het dorp en
het uitzichtspunt waar vandaan
je kan uitkijken over Parque
Nacional Bernardo O’Higgins.
Na een uurtje is het al weer
tijd om terug te gaan naar de
Magallanes (de Navimag
boot). Tijd voor droge kleren en
een lunch.
De middag brengen we door met
kletsen met onze nederlandse
vrienden en een potje ouderwets
‘mens-erger-je-niet’ onder het
genot van een fles wijn. We
zouden die middag langs de
gletsjer Pio IX moeten
varen dus we kijken steeds
verwachtingsvol naar buiten. En
inderdaad, eind van de middag
komen de eerste ijsschotsen
voorbij en een klein half uur
later wordt iedereen uitgenodigd
om voor op het schip de gletsjer
te komen bekijken. De kapitein
neemt uitgebreid de tijd en
vaart tot vlakbij de gletsjer
waarna hij langzaam een rondje
maakt zodat iedereen hem goed
kan bekijken. Na dit intermezzo
keren we terug naar de pub en
als tegen de avond de zon
doorbreekt, kunnen we zelfs nog
even lekker naar buiten om te
genieten van het landschap en de
verschillende regenbogen.
Omdat het vandaag de laatste
avond is, heeft het personeel
van Navimag een feestavond
georganiseerd. Deze begint met
een bingo en aansluitend is er
een discoparty. We doen met z’n
allen mee aan de bingo en hebben
veel lol. En, Mirjam wint zelfs
twee keer een prijs. En dan is
het tijd voor een lekker
ouderwetse jaren tachtig disco,
leuk en lekker om even te
swingen. We worden door Hanneke
zelfs nog verrast met een pisco
sour ter ere van ons huwelijk en
Mirjam doet ons de fles wijn die
ze heeft gewonnen cadeau. Een
ware feestavond dus. |
| Imposante
natuur
De volgende morgen, als we
aankomen in Puerto Natales is
het stralend mooi weer en op het
dek genieten we met z’n allen
van het laatste stukje door de
Patagonische fjorden en de
aankomst in Puerto Natales. We
zien zelfs nog een paar
bruinvissen.
Als we zijn aangemeerd, moeten
we wachten tot alle passagiers
van boord zijn voor we met de
auto de boot af mogen. Als we
het haventerrein af willen
rijden, worden we teruggestuurd
om langs de douane te gaan. We
snappen we er niets van. We zijn
Chili toch niet uitgeweest? Maar
goed, we gaan naar het
douanekantoor en daar blijkt dat
drie verschillende instanties
een stempel en een krabbel op
één of ander papiertje moeten
zetten (lees: zes mensen) om te
zorgen dat de slagboom opengaat.
Nou goed, chilenen houden van
bureaucratie en we zouden dat
inmiddels wel moeten weten.
|
Als we dan
eindelijk weg kunnen, gaan we
eerst de stad in om boodschappen
te doen en te tanken. Daarna
rijden we door naar Parque
Nacional Torres del Paine.
Daar zullen we de komende vier
dagen blijven om lekker te
wandelen. De camping ligt
schitterend, heeft warme douches
en paarden die het gras
milimeteren. En het park: dat is
echt schitterend! De ‘ torres’
zijn heel indrukwekkend en de
flora en fauna prachtig. Er
lopen twee meerdaagse tochten
door het park en omdat praktisch
alle passagiers van de boot de
kortse van de twee gaan lopen,
is het op die route de eerste
twee dagen heel erg druk. Omdat
we daar geen zin in hebben,
besluiten wij de eerste dag van
ons verblijf een wandeling de
andere kant op te maken. En daar
krijgen we geen spijt van. Nadat
we met wat regen vertrokken
zijn, klaart het al snel op en
lopen we lekker in de zon. We
genieten van de vele bloemen, de
condors en de prachtige
vergezichten. En bovenal: het
gebrek aan andere mensen.
De tweede dag voelt Philo zich
behoorlijk grieperig en dus
besluiten we om die dag geen
lange wandeling te maken. Het is
wederom stralend mooi weer en we
besluiten met de auto naar de
Salto Grande te rijden en daar
een klein eindje te wandelen.
Als we terugkomen, maken we
kennis met de beruchte
Patagonische wind: de luifel die
we hadden opgezet is ingestort
omdat één van de stokken door de
wind is geknakt. We repareren de
stok maar besluiten toch om de
luifel niet weer op te zetten om
te voorkomen dat hij stuk waait.
|

De
Patagonische fjorden

De
torres in Torres del Paine
|

De
torres in de sneeuw |
De derde dag
gebruiken we om naar boven naar
de ‘torres’ te lopen (Philo
voelt zich nog steeds niet heel
fit, maar met een paar
pijnstillers moet het lukken).
Dit is voor velen het deel van
de korte meerdaagse tocht maar
die mensen zijn inmiddels al
allemaal boven geweest en dus
komen we vandaag lekker weinig
anderen tegen. We vertrekken met
stralend mooi weer maar als we
bijna boven zijn begint het te
regenen en eenmaal boven sneeuwt
het zelfs een beetje. Maar, dat
verleent wel een heel
mysterieuze sfeer aan deze plek.
Je zou je zo voor de ingang van
de Moria-mijn uit Lord of the
Rings kunnen wanen. En, als
we teruglopen klaart het
langzaamaan weer een beetje op
zodat we bij het laatste stuk
naar beneden kunnen genieten van
prachtige vergezichten en, omdat
het al eind van de dag is, de
stilte van de intredende avond
die alleen onderbroken wordt
door enkele vogels. Echt
prachtig!
De laatste dag gebruiken we om
een beetje te relaxen, uit te
zieken en onze route voor de
komende weken te plannen. |
| Als we hiermee
bezig zijn, zien we ineens
Steffen en Hanneke aan komen
lopen. Die hebben ook de
meerdaagse tocht gelopen, maar
dan de andere kant op en zij
eindigen dus in het hostel bij
de camping waar wij staan. Ze
blijven gezellig even kletsen en
koffiedrinken. Nadat het
avondeten gaan wij nog even
langs bij het hostel waar zij
verblijven en zitten we nog even
gezellig rond het haardvuur te
babbelen. We gaan allemaal vroeg
naar bed want wij willen morgen
door en zij gaan terug naar
Puerto Natales. |
| Afscheid van
Chili
Als we ’s morgens wakker
worden en thee en koffie willen
maken, blijk dat de brander
kapot is gegaan (het metaal van
de branderkop is op waardoor er
een gat in is gekomen) en dus
zijn we eerst enige tijd bezig
om die weer aan de praat te
krijgen. Eind van de ochtend
zijn we eindelijk zover dat we
kunnen vertrekken en na te zijn
uitgezwaaid door Steffen en
Hanneke rijden we richting
Argentinië. We komen zonder
problemen de grens over en
kunnen nu beginnen aan het
laatste deel van onze reis.
Meer over onze belevenissen in
Argentinië kan je binnenkort
lezen. |

Torres del Paine
|