| Dag 1
Eindelijk is het dan zover.
Na twee meer dan geslaagde
huwelijksdagen en nog een paar
dagen hard werken om alles af te
ronden en op te ruimen,
vertrekken we ’s ochteds vroeg
naar Schiphol. De reis waar we
al zo lang van dromen kan
beginnen.
Op Schiphol blijkt dat het
vliegtuig anderhalf uur
vertraging heeft dus dat we alle
tijd hebben om in te checken en
nog even koffie te drinken met
onze ouders. Bij het inchecken
hebben we geluk want de dame die
ons helpt, geeft ons twee
stoelen in de business class
terwijl we daar niet voor hebben
betaald. Dat is dus een goed
vooruitzicht. Eenmaal in de
lucht, hebben we alle tijd om
bij te slapen en terug te
blikken op ons
huwelijksweekeinde. Ondertussen
genieten we van het uitzicht en
het heerlijke eten. |

Dit
toestel zal ons naar Toronto
vliegen |

Eindelijk kunnen we lekker gaan
slapen
|
Als we aankomen
in Toronto blijkt dat we zoveel
vertraging hebben dat we onze
aansluitende vlucht naar Halifax
hebben gemist. Bovendien is het
op het vliegveld een enorme
chaos omdat het gedurende de dag
een aantal keer gesloten is
geweest vanwege zwaar weer.
De eerste volgende vlucht naar
Halifax zou om 20.30 uur lokale
tijd moeten vetrekken en dat is
het al bijna als we aankomen bij
de balie waar we ons ticket
moeten omboeken. Als we dan ook
nog zien dat de laatste vlucht
voor die avond wordt gecanceld,
vrezen we dat we in Toronto
zullen moeten overnachten. Maar
gelukkig blijkt de vlucht van
20.30 uur zoveel vertraging te
hebben dat we toch nog mee
kunnen. Uiteindelijk zijn we
rond 03.00 uur lokale tijd dan
eindelijk in het hotel. |
| Dag 2
Nadat we wat hebbben
bijgeslapen van de vermoeiende
reis, gaan we op weg naar het
kantoor van Wallenius Willemsen
waar we nog een betaling moeten
doen voor we de auto en de
kampeerspullen op kunnen halen.
Dan naar de douane in het ‘Bank
of Canada’ gebouw. Daar worden
we bijzonder goed en vriendelijk
geholpen en krijgen we niet
alleen een stempel om de auto op
te kunnen halen, maar ook direct
een stempel om de kampeerspullen
op het vliegveld op te kunnen
halen. Dat scheelt weer een
bezoekje aan de douane op het
vliegeveld.
En dan is het zover: met de
veerpont (naar de Dartmouth
kant) en de bus gaan we op weg
naar de haven waar de auto staat
te wachten. Ook daar worden we
zeer adequaat geholpen en al
snel komt een chauffeur de auto
voorrijden. Hij is nog heel en
ongeschonden en nadat we de
kenteken platen weer hebben
gemonteerd, gaan we op weg naar
het vliegveld om de
kampeerspullen op te halen.
Ook dat verloopt allemaal heel
vlot en nog voor het eind van de
middag hebben we al onze spullen
weer in ons bezit. Met dank aan
Cleve en Zonen die vanuit
Nederland alles voor ons hebben
geregeld en alle vriendelijke
mensen in Canada, kan de reis nu
echt beginnen! |

We
hebben alle spullen weer terug!
|
| Dag 3
Vandaag is het Canada Day en
dus is het groot feest in
Halifax. Nadat we eerst lekker
hebben uitgeslapen, trekken we
de stad in waar we verrast
worden met een parade met
diverse fanfare orkesten in
prachtige uniformen. Wanneer we
daarna in het park neerstrijken
voor een broodje, krijgen we
Canadese vlaggetjes en speldjes,
Maple leaf koekjes en water.
Bovendien worden we getracteerd
op de Canadese variant van de
Blue Diamonds die hier wonder
boven wonder veel publiek weet
te trekken.
Na al dit moois gaan we naar de
Citadel, die op Canada Day
gratis toegankelijk blijkt te
zijn. Eind van de dag genieten
we van een heerlijk diner aan
het water met als afsluiting een
mooi vuurwerk, ook ter ere van
Canada. Morgen gaan we een
Canadees paspoort aanvragen.
|

Canada Day in Halifax
|

De
‘Bluenose II’ |
Dag 4 t/m
7
Na een goede nachtrust,
besluiten we toch nog maar geen
paspoort aan te vragen, maar het
land eerst maar eens verder te
gaan verkennen. We vetrekken uit
Halifax en rijden naar Peggy’s
Cove (een idylisch
vissersplaatjes met vuurtoren)
en Lunenburg. In Lunenburg is
het zeilschip ‘The Bluenose’
gebouwd. Dit was een zeilschip
waarmee Canada veel
internationale zeilraces heeft
gewonnen. Het oorspronkelijke
schip is vergaan, maar er is
inmiddels een replica gebouwd en
die is te bekijken in Lunenburg.
Na Lunenburg zijn we naar
Annapolis Royal gereden. Daar
hebben we de getijde centrale
bezocht. In de Bay of Fundy waar
Annapolis Royal aan ligt is van
nature een heel groot getijde
verschil en dit wordt hier benut
om electriciteit op te wekken.
Daarna hebben we een bezoek
gebracht aan een schitterende
engelse tuin.
Eind van de dag zijn we naar
Digby gereden waar we de boot
hebben genomen naar Saint John
(NB). Daar hebben we overnacht
en de volgende dag nog een
bezoek gebracht aan de Reversing
Falls: de rivier St. John en het
water uit de Bay of Fundy
strijden om de macht. Doordat de
twee stromingen elkaar ontmoeten
op een ongelijke ondergrond,
lijkt het alsof er een waterval
ontstaat die zich omkeerd als
het niveau van de Bay of Fundy
hoger wordt dan het niveau van
de rivier.
Na enige tijd van dit unieke
schouwspel te hebben genoten,
zijn we naar Quebec City
gereden. |
| Dag 8
Vandaag hebben we Quebec City
bezocht. Een leuke en gezellige
stad. De foto’s spreken voor
zich:

De
parlementsgebouwen

Het
‘Chateau Frontenac’

‘Rue
Petit Champlain’ |

Een
enorme muurschildering

De
oude stadsmuur

De
jachthaven
|
| Dag 9 t/m
11
Vanuit Quebec City zijn we
naar het Forêt Ouareau
gereden om daar een dagje te
wandelen. Dat betekent dat we
Montreal en Ottawa helaas moeten
laten vallen, maar we hebben nu
meer zin in een dagje in de
natuur. Het is een schitterende
omgeving maar het kost enige
moeite om een camping te vinden
(het is weekeinde dus alle
stedelingen trekken ook de
natuur in). We genieten van de
rust en alle dieren die we zien
op de camping en tijdens de
wandeling.
Na ons ‘dagje natuur’ zijn we
naar Toronto gereden. Aangekomen
op de camping, blijkt dat er
raccoons zitten! In heel het
Forêt Ouareau geen wild
beest gezien en hier zitten ze
gewoon op de camping. En, zoals
later zal blijken ook in de tuin
van de universiteit van Toronto
midden in de stad. |

Er
zitten hier ook bevers! |
| Dag 12 en 13
Omdat we vandaag de was
moeten doen, aan de auto moeten
sleutelen en het heel erg warm
is, verblijven we het grootste
deel van de dag op de camping.
We hebben de Tarp (onze nieuwe
luifel) opgezet voor wat schaduw
en daaronder is het heerlijk
toeven. Aan het eind van de dag
vertrekken we naar het centrum
(dat blijkt een hele toer met
het openbaar vervoer) voor ons
diner op de CN Tower. We
genieten van het heerlijke eten
en het uitzicht over de stad
waar steeds meer lichtjes
verschijnen. We houden het twee
omwentelingen van het restaurant
vol (72 min. per omwenteling).
Daarna zijn we moe en volgegeten
en nemen we een taxi terug naar
de camping.
De volgende morgen worden we
laat wakker en eer we in de stad
zijn, is het al eind van de
middag. We slenteren wat rond en
we krijgen zo een goede indruk
van de stad. In de avond keren
we terug op de camping. Tja, dan
blijkt weer dat Canadezen
nauwelijks gebruik maken van het
openbaar vervoer want het is nog
helemaal niet laat, maar vanaf
het station rijdt er geen bus
meer naar de camping. Dat wordt
dus nog een flink eindje lopen
want er zijn ook geen taxi’s te
bekennen. |

De
hal van Union Station

Dineren op de CN Tower
|

De
Niagara Falls

Het
Welland kanaal |
Dag 14 t/m
16
Vandaag zijn we nog even
wezen winkelen in Toronto en dat
leverde onder andere een
kennismaking op met een
Citrofiel (hij had een DS en
AK250). Aan het eind van de
ochtend zijn we naar Fonthill
gereden waar we rond 17.00 uur
bij Philo's familie arriveerden.
Het was erg gezellig en ook
Tante Co (Philo’s oudtante) was
aanwezig tijdens het diner.
De volgende dag hebben we de
Niagara Falls bezocht. Ondanks
het enorme toeristencircus er
omheen zijn de watervallen zelf
erg indrukwekkend. Met de
Maid of the Mist zijn we tot
aan de watervallen gevaren. We
zijn flink nat geworden ondanks
de ‘mooie’ poncho’s die je
gratis krijgt aangereikt als je
aan boord gaat. Na de boottocht
hebben we nog wat langs het
water en de watervallen
gewandeld.
Zaterdag zijn we naar het
Wellandkanaal geweest. Dat is
het kanaal dat Lake Ontario
verbindt met Lake Erie. Via
zeven sluizen kunnen boten van
het ene naar het andere meer
varen. Samen overbruggen de
sluizen een hoogte van bijna 100
meter. Na het bezoek aan het
kanaal zijn we naar Niagara on
the Lake geweest en hebben we
wat langs het Lake Ontario
gewandeld.
|
| Dag 17 t/m
23
Zondagochtend hebben we nog
een bezoek gebracht aan Philo’s
oudtante en daarna zijn we naar
Algonquin Park gereden. Daar
hebben we een dag gewandeld (en
een eland gezien!) en een dag
gekanood. Tijdens de wandeling
zijn we flink natgeregend als
gevolg van een enorme
onweersbui. Eenmaal op de
camping werd die zo hevig dat de
stroom uitviel en verschillende
bomen omver werden geblazen.
Gelukkig zijn we ongedeerd
gebleven. Later die week zou
blijken dat we nog geluk hebben
gehad dat het ‘maar’ een storm
was. Op Manatulin Island was het
een heuse tornado. Daar was de
schade dan ook nog veel groter.
Woendsdag zijn we naar
Manatulin Island gereden aan de
Georgian Bay. Een prachtige
omgeving met veel baaien en
eilandjes. De volgende dag
hebben we het eiland verkend en
wat gewandeld.
Vrijdag zijn we naar Sault St.
Marie gereden waar we zaterdag
een tocht hebben gemaakt met de
Algoma Central Railway naar de
Algawa Canyon. Verder heeft
Sault St. Marie (ook wel The Soo
genaamd) niet veel meer dan een
grote staalfabriek (Algoma
Steel) en een papierfabriek. Ook
is er een brug naar het
gelijknamige plaatsje in de USA
en is er een sluizencomplex om
het hooget verschil tussen Lake
Superior en Lake Huran te
overbruggen. Veel meer dan dat
is er niet te beleven.
Alhoewel: ’s Avonds op de
camping blijkt dat je hier heel
erg goed op je spullen moet
passen want voor je het weet ben
je beroofd. Als je heel even
niet op let, bietst de racoon je
spatel mee uit de pan!
|

Kanoën in het Algonquin Park

De
Algoma Central Railway
|
| Dag 24 t/m
27
Het is tijd voor de oversteek
naar British Colombya en dus
stappen we vandaag vroeg in de
auto. De komende dagen zullen we
vooral veel kilometers maken en
niet zo veel bekijken.
Na nog een prachtig stuk Ontario
rijden we maandag Manitoba
binnen. We zijn nu in het gebied
dat iedereen die we tot nu toe
hebben ontmoet als saai en vlak
heeft omschreven. Het is
inderdaad vlak, maar bepaald
niet saai te noemen, vinden wij.
De wegen zijn in ieder geval erg
goed en het rijdt lekker door.
Na één dag zitten we al in
Saskatchewan.
|

Onderweg langs de Georgian Bay
|
| Dag 28
t/m 32
We besluiten om wat meer tijd
door te brengen in Saskatchewan.
We brengen een bezoek aan de
stad Sasketoon en we bezoeken
het Wanuskewin Heritage
Museum. Dit museum, dat
samen met plaatselijke Indianen
is opgezet, vertelt de
geschiedenis van de Indiaanse
bevolking in dit deel van
Canada. Behalve het museum
binnen, is er ook een groot
buitenterrein waar je heerlijk
kan wandelen en een indruk
krijgt van het prairielandschap
zoals dat vroeger geweest moet
zijn. ’s Avonds krijgen we het
Noordelicht te zien! Dat is iets
heel bijzonders in de zomer.
Na deze onderbreking, rijden we
door naar Edmonton. Daar hebben
we Fort Edmonton bezocht.
Dat is een openluchtmuseum dat
de geschiedenis van Edmonton in
beeld brengt vanaf de komst van
de eerste Europeanen tot 1920.
Het was een leuk en informatief
opgezet museum. Edmonton zelf
was verder niet echt bijzonder.
Daarom zijn we na het bezoek aan
het museum naar Edson gereden.
De volgende dag zijn we
doorgereden naar de Rocky
Mountains.
|

Het
Noorderlicht
|

Ja,
we hebben onze eerste beren
gezien!

De
Snowcoach op het Colombia
Icefield
|
Dag 33
t/m 39
Om er zeker van te zijn dat
we een kampeerplaats kunnen
krijgen in de omgeving van
Jasper, zorgen we dat we daar
begin van de middag zijn. De
campings hebben namelijk een
policy ‘first come, first served’.
We hebben geluk en vinden een
plaatsje op een camping waar
vandaan we ook kunnen wandelen
(dat is heel uniek in Canada!).
De volgende dag lopen we naar de
top van de Whistler’s
Mountain een klim van
ongeveer 1400 meter.
Bovengekomen blijkt dat we
ongeveer de enigen zijn die naar
boven lopen, de rest van de
mensen neemt de kabelbaan. Wij
nemen die wel lui naar beneden
en lopen vanaf daar het laatste
stuk terug naar de camping.
De volgende dag brengen we een
bezoek aan het Maligne Lake
waar we een boottocht over het
meer maken naar het zogeheten
Spirit Island. Daarna lopen
we nog een korte wandelroute
langs het meer.
En dan is het alweer tijd om
door te rijden richting Banff.
Onderweg stoppen we onder andere
bij het Colombia Icefield
om met een speciale bus een tour
over de gletsjer te maken.
Wanneer we ’s avonds aankomen in
Lake Louise, blijken alle
campings vol en blijkt dat de
meeste wandelroutes alleen met
een groep van zes of meer mensen
gelopen ‘mogen’ worden in
verband met de grizzly beren. We
besluiten daarom om door te
rijden richting Banff.
We vinden een mooie plek op de
camping in Banff. Daarna rijden
we naar Canmore voor een
helikoptervlucht over de Rocky
Mountains. Dat was een geweldige
ervaring! Het is heel anders dan
met een vliegtuig en we raden
iedereen aan dit ook een keer te
doen.
De volgende dag wandelen we
vanaf de camping naar de
Sulphur Mountain en
vervolgens naar de top. Ook hier
blijken we zowat de enigen die
dit doen. We gaan lui met de
kabelbaan naar beneden en lopen
daarna terug naar de camping
(een wandeling van alles bij
elkaar zo’n 20 km).
De volgende dag rijden we
naar Rossland, waar familie van
Philo woont. We zullen hier
ongeveer twee dagen blijven en
dan doorrijden naar Vancouver.
|
| Dag 40
t/m 43
Tijdens ons verblijf in
Rossland hebben we de
plaatselijke goudmijn bezocht,
een behoorlijk diepe en
uitgebreide mijn. Ook hebben we
de stad Nelson bezocht en zijn
we heerlijk uit eten geweest bij
een plaatselijk restaurant in
Rossland (het huwelijkscadeau
van de familie van Philo).
Na twee leuke en gezellige
dagen, zijn we doorgereden naar
Vancouver. Omdat Philo zo dom
was om de avond voordat we de
stad in zouden gaan haar enkel
te verzwikken, hebben we helaas
niet heel veel van Vancouver
gezien. Maar, wat we hebben
gezien was de moeite waard dus
we gaan zeker nog een keer
terug.
En toen was het dan zo ver:
op naar de grens met de
USA........(lees meer hierover
onder de tab ‘Amerika’). |

Vancouver
|